Stamreeks Petrus Albertus van Beek

I. ARIE JANSZ VAN BEEK, ged. (r.k.),[1] overl. (vermoedelijk) voor 4 dec. 1695,[2] tr. MARIJTJE JANSDR, won. Voorhout, ged. (r.k.),[3] overl. (aangifte) Voorhout 6 mrt. 1717.[4]

Dorpsgezicht met brug te Voorhout, schets van Abraham de Haen uit 1731 (coll. Rijksmuseum Amsterdam).

Uit dit huwelijk (o.a.):

II. JACOB ARIESZ VAN BEEK,[5] won. Voorhout, ged. (r.k.) Voorhout?,[6] overl. (aangifte) Voorhout 6 sept. 1728,[7] tr. (1) voor 6 mrt. 1706[8] CATHARINA JANSDR VAN DER CLUFT, ged. (r.k.),[9] overl. (aangifte) Voorhout 11 febr. 1727;[10] tr. (2) (r.k.) Sassenheim 15 juni 1727 (get. Jan Dirkse de Hoog en Trijntje Jacobs van Beek)[11] TRIJNTJE DIRKSDR DE HOOG, won. Voorhout, ged. (r.k.),[12] overl. na 11 okt. 1728,[13] weduwe van Jan Philipsz van Hoogteijlingen, landbouwer te Oegstgeest, dr. van Dirk Dirksz en Trijntje Jansdr.

Op 13 maart 1723 verklaarde Jacob Ariesz van Beek, wonende te Voorhout, ten overstaan van de Leidse notaris Hendrik Wilmers een bedrag van 200 gulden schuldig te zijn aan Gerrit Dammasz Swietersluys in verband met een afgesloten lening. De rente bedroeg 6 gulden per jaar, te rekenen vanaf kerstmis 1722 tot aan het moment dat de lening was terugbetaald. Jacob Ariesz van Beek ondertekende met een handmerk (kruisje).[14]

Op 30 december 1724 maakten Jacob Ariesz van Beek en Catharina Jansdr van der Cluft, wonende te Voorhout, ten overstaan van notaris Hendrik Wilmers te Leiden hun testament op. Ze verklaarden de langstlevende tot universele erfgenaam. De langstlevende moest onder andere zorg dragen voor de opvoeding van de kinderen, totdat zij in het huwelijk traden of de leeftijd van 25 jaar bereikten, ‘gelijck van een goede vader off moeder wert vereyst’. Jacob Ariesz van Beek en Catharina Jansdr van der Cluft ondertekenden met een handmerk (kruisje).[15]

Op 11 oktober 1728 verklaarden Jan Dirksz de Hoog, landbouwer, wonende te Oegstgeest, en Trijntje Dirksdr de Hoog, weduwe van Jacob Ariesz van Beek, wonende te Voorhout, 1028 gulden schuldig te zijn aan de heer Mr. Gerard de Rije, secretaris van Leiden, in verband met de huur van land. Omdat zij niet in staat waren om dit bedrag op korte termijn te betalen, besloten zij hun ‘koebeesten, kalveren, paart, varckens, hoy, bouwgereetschappen, huysraet, inboedel en anders’ over te dragen aan de heer Gerard de Rije.[16] Jan Dirksz de Hoog was getrouwd met Catharina Jacobsdr van Beek, dochter van Jacob Ariesz van Beek en Catharina Jansdr van der Cluft.

Trouwinschrijvingen van Jacob Ariesz van Beek en zijn zoon Jan Jacobsz van Beek (coll. Erfgoed Leiden en Omstreken).

Uit het eerste huwelijk (o.a.):

III. JAN JACOBSZ VAN BEEK, bouwman en arbeider, won. Voorhout en Noordwijk (boerderij ‘de Bronsgeest’), ged. (r.k.) Voorhout?,[17] overl. (aangifte) Noordwijk 7 dec. 1755,[18] tr. (r.k.) Sassenheim 6 juli 1727 (get. Fulp Arisse en Neeltje Korsse)[19] MARIJTJE GERRITSDR VAN SCHIE, won. Noordwijk, ged. (r.k.) Noordwijk 20 juni 1696 (get. Marijtje Maartensdr),[20] overl. na 20 aug. 1742,[21] dr. van Gerrit Woutersz en Cornelia Pietersdr van ‘s-Gravendijk.

Op 8 maart 1741 verklaarde Jan Jacobsz van Beek, wonende te Noordwijk, ten overstaan van de Leidse notaris Hendrik Wilmers een bedrag van 278 gulden en 14 stuivers schuldig te zijn aan de heer Willem Carel van Brunninghuysen, heer van Kerkwerve, patroon en collateur van het Sint Paulushofje te Etten, in verband met achterstallige landhuur van de boerderij ‘de Bronsgeest’, met acht morgen 555 roeden land, gelegen te Noordwijk, Offem en Noordwijkerhout. Jan Jacobsz van Beek beloofde om met ingang van 2 februari 1742 jaarlijks 20 gulden terug te betalen, plus de bijbehorende rente. Jan Jacobsz van Beek ondertekende met een handmerk (kruisje).[22]

Uit dit huwelijk (o.a.):

IV. JACOB JANSZ VAN BEEK, won. Noordwijk-Binnen, ged. (r.k.) Noordwijk 18 okt. 1736 (get. Claes Jacobz en Zijtie Jacobs),[23] overl. na 27 dec. 1800,[24] tr. (r.k.) Noordwijk 1 nov. 1767 (get. Grietje Jansdr van Steenvoorden en Marijtje Jeroensdr Duindam)[25] CATHARINA CORNELISDR VAN DOORNE, verkoopster van aardewerk, won. Veur en Noordwijk-Binnen, ged. Veur (r.k.) 7 juli 1742 (get. Joannes van der Hijden en Anna Laakman),[26] overl. Noordwijk 19 apr. 1813,[27] dr. van Cornelis Adamsz en Petronella van der Hijden.

Doopinschrijving van Jacob, mogelijk een buitenechtelijke zoon van Jacob Jansz van Beek, verwekt bij Jobje Leendertsdr Lakeman (coll. Erfgoed Leiden en Omstreken).

Uit dit huwelijk (o.a.):

V. CORNELIS JACOBSZ VAN BEEK, dagloner en winkelier, won. Noordwijk-Binnen, Noordwijkerhout en Lisse, ged. (r.k.) Noordwijk 11 mei 1777 (get. Cornelis van Rijn en Grietje van der Ruit),[28] overl. Lisse 27 nov. 1855,[29] tr. (gerecht) Noordwijk 6 mei 1804[30] AAFJE (EVA) DIRKSDR ONDERWATER, won. Noordwijk aan Zee, het Langeveld en Noordwijkerhout, ged. (ndg) Noordwijk aan Zee 5 jan. 1783 (get. Jacob Jansz Onderwater en Grietje Leendertsdr Lakeman),[31] overl. Noordwijkerhout 22 mei 1856,[32] dr. van Dirk Thomasz en Jobje Leendertsdr Lakeman.

Op 21 januari 1813 verklaarde Cornelis Jacobsz van Beek dat hij niet kon schrijven.[33]

Uit dit huwelijk (o.a):

VI. DIRK (THEODORUS) VAN BEEK, bouwmansknecht, arbeider, winkelier en boodschaploper, won. Noordwijk, Wassenaar, Sassenheim, Lisse, Zandvoort en Vogelenzang, geb. Noordwijk 21 jan. 1813,[34] overl. Lisse 31 aug. 1894,[35] tr. Sassenheim 14 mei 1837[36] MARIJTJE GARST, won. Lisse, Zandvoort en Vogelenzang, geb. Lisse 2 apr. 1813,[37] overl. Vogelenzang 24 apr. 1865,[38] dr. van Jacob Maartensz, dagloner, en Duifje Willemsdr Moerkerk.

Overlijdensakte van Dirk van Beek, met handtekening van zijn zoon Martinus van Beek, die aangifte deed (coll. Erfgoed Leiden en Omstreken).

Uit dit huwelijk (o.a):

VII. MARTINUS VAN BEEK, veehoudersknecht en arbeider, won. Wassenaar en Lisse, geb. Wassenaar 15 febr. 1841,[39] overl. Lisse 20 aug. 1905,[40] tr. Warmond 10 mei 1870[41] APOLONIA GOEDEMANS, dienstbode, won. Wassenaar, Lisse en Sassenheim, geb. Zoeterwoude 4 jan. 1842,[42] overl. Sassenheim 17 aug. 1922,[43] dr. van Willem, arbeider, en Adriana Mosterd.

 In de periode 1850-1860 ging Martinus van Beek in Lisse naar school.[44]        

Uit dit huwelijk (o.a.):

VIII. WILHELMUS VINCENTIUS (WILLEM) VAN BEEK, arbeider en bollenkweker, won. Lisse en Noordwijkerhout, geb. Lisse 19 juli 1874,[45] overl. Noordwijkerhout 12 mrt. 1953,[46] tr. Lisse 26 jan. 1905[47] CATHARINA (TRIJN) RUTGRINK, won. Lisse, geb. Lisse 13 dec. 1879,[48] overl. Lisse 21 okt. 1955,[49] dr. van Johannes, arbeider, en Helena Ruigrok.

In de periode 1915-1919 was Wilhelmus Vincentius van Beek, wonende te Lisse, lid van de Afdeling Lisse van de Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur.[50]

Wilhelmus Vincentius van Beek woonde met zijn gezin eerst in een klein huisje aan de Achterweg te Lisse (wijk K, huisnummer 68). Later liet hij aan de Heereweg te Lisse een groot huis met bollenschuur bouwen (Heereweg 429). Volgens de familieoverlevering deed hij dat met geld dat hij verdiende als remplaçant (iemand die tegen betaling als plaatsvervanger voor een ander in dienst ging). In het voorste gedeelte van het huis aan de Heereweg werd gewoond, en in het achterste gedeelte bevond zich de bollenschuur.

Wilhelmus Vincentius van Beek poseert met zijn gezin voor de in opdracht van hem gebouwde bollenschuur te Lisse, thans Heereweg 429 (foto particuliere collectie).

Uit dit huwelijk (o.a.):

IX. PETRUS ALBERTUS (PIET) VAN BEEK, loodschef HBG, won. Lisse en Assen, geb. Lisse 25 jan. 1920,[51] overl. Hillegom 7 juni 2000,[52] tr. Lisse 7 juni 1946[53] MARGARETHA JOHANNA (GREET) VAN DER VOORT, won. Lisse en Assen, geb. Lisse 23 nov. 1923,[54] overl. Leiden 27 mei 2011,[55] dr. van Henricus, bloemistknecht, en Johanna Margaretha van der Lans.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Petrus Albertus van Beek lid van de verzetsgroep ‘De Arbeidscentrale’, die gehuisvest was in de Leidse Stadsschouwburg aan de Oude Vest.[56]

Bronnen
[1] De doopdatum van Arie Jansz van Beek is niet bekend.
[2] Over Arie Jansz van Beek is nog maar weinig bekend. Hij woonde vermoedelijk in Voorhout, was getrouwd met Marijtje Jansdr en lijkt voor 4 december 1695 te zijn overleden. De oudste gegevens in het zogenoemde gaardersboek van Voorhout (waarin de belasting op trouwen en begraven werd opgetekend) dateren namelijk van 4 december 1695 en zijn overlijden wordt daarin niet aangegeven, zie Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO), toegang 0633B, Impost op het trouwen en begraven Voorhout 1695-1744, inv.nr. 3.
[3] De doopdatum van Marijtje Jansdr is niet bekend.
[4] ELO, Impost op het trouwen en begraven Voorhout 1695-1744, inv.nr. 3, fol. 23v. Marijtje Jansdr behoorde tot de klasse der onvermogenden. Daarom hoefde er geen belasting op het begraven te worden betaald. Dit hield verband met de impost (belasting) op trouwen en begraven die in 1695 door de Staten van Holland werd ingevoerd. De grootte van het eigen vermogen was daarbij doorslaggevend:
1e klasse: vermogend boven de 12000 gulden: in dat geval moest 30 gulden worden betaald.
2e klasse: vermogend tussen de 6000-12000 gulden: in dat geval moest 15 gulden worden betaald.
3e klasse: vermogend tussen de 2000-6000 gulden: in dat geval moest 6 gulden worden betaald.
4e klasse: vermogend onder de 2000 gulden: in dat geval moest 3 gulden worden betaald.
pro deo-klasse: onvermogend: in dat geval hoefde niets te worden betaald.
[5] Mogelijk een broer van Frank Ariesz van Beek, die in Voorhout woonde en op 5 april 1710 bekende een woning met toebehoren en 9 morgen wei- en hooiland te hebben gehuurd van de voogden van de minderjarige kinderen van Harmen Cornelisz Moeijekint, zie: ELO, Archief van notaris Simon van Douderen 1694-1719, inv.nr. 1709, d.d. 05-04-1710.
[6] De doopdatum van Jacob Ariesz van Beek is niet bekend omdat de oudste gegevens in de rooms-katholieke doopboeken van Voorhout dateren uit 1713.
[7] ELO, Impost op het trouwen en begraven Voorhout 1695-1744, inv.nr. 3, fol. 36. Het overlijden werd aangegeven door Jan Waasdorp, de knecht van wijlen Jacob Ariesz van Beek. Hij deed dat uit naam van de weduwe van Jacob.
[8] ELO, Impost op het trouwen en begraven Voorhout 1695-1744, inv.nr. 3, fol. 11v.
[9] De doopplaats en doopdatum van Catharina Jansdr van der Cluft zijn nog niet bekend.
[10] ELO, Impost op het trouwen en begraven Voorhout 1695-1744, inv.nr. 3, fol. 34v.
[11] ELO, DTB Sassenheim (r.k.) 1715-1812, inv.nr. 3, fol. 242.
[12] De doopplaats en doopdatum van Trijntje Dirksdr de Hoog zijn nog niet bekend.
[13] ELO, Archief van notaris Theodorus Schrevelius 1714-1735, inv.nr. 1828, d.d. 11-10-1728.
[14] ELO, ONA Leiden, inv.nr. 1867, d.d. 13-03-1723.
[15] ELO, Archief van notaris Hendrick Wilmers 1720-1745, inv.nr. 1868, d.d. 30-12-1724.
[16] ELO, Archief van notaris Theodorus Schrevelius 1714-1735, inv.nr. 1828, d.d. 11-10-1728.
[17] De doopdatum van Jan Jacobsz van Beek is niet bekend omdat de oudste gegevens in de rooms-katholieke doopboeken van Voorhout dateren uit 1713.
[18] FamilySearch (www.familysearch.org), DTB Noordwijk (Alle Gezindten), Begraven 1736-1805 (scan 42 van 336), geraadpleegd 25 april 2021.
[19] ELO, DTB Sassenheim (r.k.) 1715-1812, inv.nr. 3, fol. 242.
[20] ELO, DTB Noordwijk (r.k.) 1678-1733, inv.nr. 7, fol. 66v.
[21] ELO, DTB Noordwijk (r.k.) 1732-1811, inv.nr. 8, fol. 112v.
[22] ELO, Archief van notaris Hendrick Wilmers, inv.nr. 1886, d.d. 08-03-1741.
[23] ELO, DTB Noordwijk (r.k.) 1732-1811, inv.nr. 8, fol. 108v.
[24] FamilySearch (www.familysearch.org), DTB Noordwijk (Alle Gezindten), Begraven 1736-1805 (scan 331 van 336), geraadpleegd 25 april 2021.
[25] ELO, DTB Noordwijk (r.k.) 1732-1811, inv.nr. 8, fol. 34.
[26] FamilySearch (www.familysearch.org), DTB Leidschendam (r.k.), Dopen 1673-1811 (scan 34 van 236), geraadpleegd 25 april 2021.
[27] ELO, BS Overlijden Noordwijk, inv.nr. 2932, d.d. 19-04-1813.
[28] ELO, DTB Noordwijk (r.k.) 1732-1811, inv.nr. 8, fol. 188v.
[29] ELO, BS Overlijden Lisse, Overlijdensakten 1855, aktenummer 53.
[30] ELO, DTB Noordwijk (gerecht) 1797-1811, inv.nr. 12, fol. 59.
[31] ELO, DTB Noordwijk Noordwijk aan Zee (ndg) 1757-1811, inv.nr. 5, fol. 31v.
[32] ELO, BS Overlijden Noordwijkerhout, inv.nr. 48, aktenummer 10.
[33] ELO, BS Geboorte Lisse, inv.nr. 2903, d.d. 21-01-1813.
[34] ELO, BS Geboorte Lisse, inv.nr. 2903, d.d. 21-01-1813.
[35] ELO, BS Overlijden Lisse, Overlijdensakten 1894, aktenummer 40.
[36] ELO, BS Huwelijk Sassenheim, inv.nr. 12, aktenummer 3.
[37] ELO, BS Geboorte Lisse, Geboorteakten 1813, aktenummer 8.
[38] WieWasWie (wiewaswie.nl), Noord-Hollands Archief, BS Overlijden Bloemendaal, d.d. 24-04-1865.
[39] WieWasWie (wiewaswie.nl), Nationaal Archief, BS Geboorte Wassenaar, aktenummer 15.
[40] ELO, BS Overlijden Lisse, Overlijdenakten 1905, aktenummer 55.
[41] ELO, BS Huwelijk Warmond, inv.nr. 737, aktenummer 7.
[42] ELO, BS Geboorte Zoeterwoude, inv.nr. 1037, aktenummer 3.
[43] ELO, BS Overlijden Sassenheim, inv.nr. 36, aktenummer 35.
[44] Gemeentearchief Lisse, Bevolkingsregister Lisse, inv.nr. 1051, blad 318.
[45] ELO, BS Geboorte Lisse, Geboorteakten 1874, aktenummer 48.
[46] ELO, BS Overlijden Noordwijkerhout, inv.nr. 58, aktenummer 29.
[47] ELO, BS Huwelijk Lisse, inv.nr. 1666, aktenummer 3.
[48] ELO, BS Geboorte Lisse, Geboorteakten 1879, aktenummer 88.
[49] CBG|Centrum voor familiegeschiedenis, Persoonskaart van Catharina Rutgrink.
[50] Weekblad voor Bloembollencultuur nr. 4 (13 juli 1915) en nr. 3 (8 juli 1919).
[51] CBG|Centrum voor familiegeschiedenis, Persoonslijst van Petrus Albertus van Beek.
[52] CBG|Centrum voor familiegeschiedenis, Persoonslijst van Petrus Albertus van Beek.
[53] CBG|Centrum voor familiegeschiedenis, Persoonslijsten van Petrus Albertus van Beek en Margaretha Johanna van der Voort.
[54] CBG|Centrum voor familiegeschiedenis, Persoonslijst van Margaretha Johanna van der Voort.
[55] CBG|Centrum voor familiegeschiedenis, Persoonslijst van Margaretha Johanna van der Voort.
[56] ELO, Historische Kranten, Leidse Courant, 4 mei 1965, pagina 9.