De Glip of Princebuurt

Buurtschap de Glip in Heemstede was tussen 1691 en 1775 drie generaties lang de belangrijkste woonplek van de familie Van Bourgondiën.

De bewoning in Heemstede beperkte zich niet tot één centrale plek. Naast de bebouwing rondom de dorpskerk kwamen diverse andere woonkernen of buurtschappen tot ontwikkeling, waaronder ‘de Heeren Zandvaart’, ‘het Crayenest’, ‘de Meesterlottenlaan’ (ook wel ‘de Hout’ genoemd) en ‘de Glip’. De laatstgenoemde buurtschap zou volgens volksoverlevering in de achttiende eeuw zijn naam hebben ontleend aan smokkelaars die vanaf het Haarlemmermeer door dit gebied heen glipten. Een relatie met helling, del, geul of smal voetpad lijkt echter meer voor de hand te liggen.

Het gebied tussen Bennebroek en Haarlem in 1836, waarbij ook buurtschap de Glip wordt vermeld, detail van een door Ferdinand Joseph Nautz vervaardigde kaart van Haarlem en omgeving (coll. Noord-Hollands Archief).

Aanvankelijk vormde de Glip de centrale bewoningskern van Bennebroek, een strook veengrond die doorliep tot aan het kasteel van de heren van Heemstede. Toen in 1653 Bennebroek en Heemstede werden opgesplitst in twee aparte ambachtsheerlijkheden, werd bepaald dat de Swartsenburgerlaan de grens zou vormen. Aangezien de Glip ten noorden van deze laan lag, op het grondgebied van Heemstede, ontstond in Bennebroek een nieuwe bewoningskern rondom de Reek. De Glip ontwikkelde zich daarna wat bevolkingsaantallen betreft tot één van de belangrijkste buurtschappen van Heemstede. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het volgende, uit 1787 daterende overzicht:

  • de Heeren Zandvaart: 56 gezinnen.
  • de Glip: 50 gezinnen.
  • het dorp (rondom de kerk): 42 gezinnen.
  • de Meesterlottenlaan: 30 gezinnen.
  • het Crayenest: 18 gezinnen.

De Glip werd ook wel de ‘Princebuurt’ genoemd. Er lagen blekerijen, boerderijen, buitenplaatsen (waaronder ‘Overmeer’ en ‘Meerenberg’), herbergen (waaronder ‘de Pauw’), een bakkerij en een korenmolen waarvan de stenen romp nog altijd het straatbeeld bepaalt.

Tavernier_zicht op de Glip_NL-HlmNHA_53003482
Buurtschap de Glip, kijkend in zuidelijke richting, met links de korenmolen, tekening van Hendrik Tavenier, 1782 (coll. Noord-Hollands Archief).

Vanaf de zeventiende eeuw werd de ontsluiting van dit gebied flink verbeterd door de aanleg van de Prinsenlaan, een verbindingsweg tussen de huidige Glipperweg en Herenweg, en het graven van de ‘Princevaart’, de huidige Glippervaart.

Zandvaarten als de ‘Princevaart’ dienden aanvankelijk voor de afvoer van zand uit de oude duinen, maar bleven ook daarna een rol spelen bij het vervoer van mensen en goederen. Dankzij de zandafgravingen ten oosten van de Herenweg, die met name onder ambachtsheer Adriaan Pauw (1585-1653) op grote schaal plaats vonden, nam de overlast van zandverstuivingen in dit gebied enigszins af. Het zand zal onder andere zijn gebruikt bij de stadsuitbreidingen van Amsterdam.

Bronnen
Woordenboek der Nederlandse Taal, lemma ‘Glip’.
J.W. Groesbeek, Heemstede in de historie, leven, werken, handel en koehandel in de woonplaats van Emece (Heemstede 1972) 57-65.
Hans Krol e.a., Heemstede, Berkenorde, Bennebroek. Drie heerlijkheden in Zuid-Kennemerland (Heemstede 1992) 49 en 65.
Hans Krol, ‘Historisch-Topografische gegevens over De Glip Deel 1’, in: Heerlijkheden. Kwartaalblad van de Vereniging Oud-Heemstede Bennebroek, jrg. 29 nr. 114 (2002) 230-236, ald. 231.